U bent hier

Eyeline rubriek ‘APOOB en IK’ met de familie Bruninx

Eyeline rubriek ‘APOOB en IK’ met de familie Bruninx

28/05/2018
Na Patrick Jansen en Frédéric Daout is Charles Bruninx aan de beurt in de rubriek ‘APOOB en IK’. Charles rondde in 2016 zijn studies optiek en optometrie met onderscheiding af en voegde zich in 2017 als derde generatie, na zijn grootvader Fernand en vader Serge, definitief bij het team van Bruninx Design Optics in Hasselt. Wij stelden hem, als jonge garde, een aantal vragen over onze beroepsvereniging.

Hoe lang is Bruninx Design Optics al lid van de APOOB?

“Al meer dan 58 jaar is onze zaak aangesloten bij de beroeps- vereniging APOOB”.

Wat is voor jou het belang van een beroepsvereniging?

“Als zelfstandige die gebonden is aan zijn winkel, is het niet gemakkelijk om je eigen stem en mening te laten horen op nationaal vlak. De beroepsvereniging biedt hier een kanaal om jou en je beroep te vertegenwoordigen en te verdedi- gen. Samen staan we ongetwijfeld sterker. Steeds meer dreigingen van buitenaf drukken de zelfstandige onder- nemer uit de business, zoals ketens, online spelers en ‘dis- ruptive technologies’. Het zijn allemaal uitdagingen waar de zelfstandige tegen moet strijden. Of je gaat hieraan ten onder, of het maakt je sterker. De beroepsvereniging zorgt ervoor dat je weet wat deze nieuwe uitdagingen zijn en gaat deze uitdagingen ook aan op nationaal vlak. Maar zon- der leden staat de beroepsvereniging ook nergens”.

Wat zie je als belangrijkste taken van de APOOB?

“Ervoor zorgen dat ons beroep een stabiele toekomst heeft. Dit gaat van het helpen reguleren van de nationale en Euro- pese regelgeving in de oogzorg en ondersteunen van de opleiding tot en met het voeren van campagnes om de Bel- gische bevolking bewust te maken van het belang van hun zicht. De waarden en normen verdedigen van ons beroep. Niet alleen van de opticien, maar ook van de optometrist”.

Hoe kan de ‘jonge garde’ zorgen voor de toekomst van de beroepsvereniging?

“Wij kunnen de ‘oude garde’ beïnvloeden met onze nieuwe ideeën. Wij kunnen hen helpen om de juiste beslissingen te nemen. Tenslotte gaan zij voor een deel de toekomst van ons beroep bepalen. Ook zijn wij meer uit op technologi- sche vernieuwingen; iets wat ongetwijfeld nieuwe proble- men en regelgevingen met zich mee zal brengen. Als jonge zelfstandige opticien en optometrist ga je geen inspraak hebben op nationaal vlak, maar als ‘jonge garde’ van de beroepsvereniging hebben we wel degelijk een stem en de mogelijkheid onze collega’s te vertegenwoordigen. Want het gaat over onze toekomst en ons beroep. Wij, als jonge garde, zullen er alles aan doen om onze leeftijdsgenoten met dezelfde visie te verenigen en te activeren zodat wij een voorbeeld kunnen zijn voor de generaties na ons.

Op jullie website staat ‘It’s not what the vision is, it’s what the vision does’. Denk je dat de APOOB haar visie beter of anders kan uitdragen ?

“Een zeer goede vraag. De APOOB heeft een zeer turbu- lente tijd achter de rug. Veel tijd en energie ging naar het erkend krijgen van ons beroep. Op Europees vlak zijn we als opticien vogelvrij verklaard. Dit begrijp ik tot op de dag van vandaag nog altijd niet. Zonder deze erkenning is het nut- teloos om de opleiding te willen verbeteren. Nu kan men nog zoveel bewustzijnscampagnes organiseren, we worden toch maar als kwakzalvers beschouwd. Maar als de Belgi- sche erkenning van optometrist eindelijk achter de rug is, gaat de opleiding grondig bijgeschaafd worden, net zoals de bewustzijnscampagnes. Dit zal voor de consument en ook voor de oftalmoloog een dankbaar gegeven zijn”.

Hoe vond je om een column te schrijven over de Week van het Zien?

“Ik was vereerd dat ik dit mocht doen. Ik heb alle resulta- ten geanalyseerd en uitgeschreven. Hier kwamen een paar bevindingen naar boven, die ik dan ook meteen met de beroepsvereniging gedeeld heb. Ik was vooral trots dat ik mijn grootouders het magazine kon laten lezen”.

Hoe was het contact met APOOB’s general manager Viviane De Vries?

“Heel goed. Ik heb drie jaar les van haar gehad, dus ik kende haar al vrij goed. Ze staat ook in contact met mijn vader, de voorzitter van de Vlaamse afdeling van de APOOB, dus ze is nooit ver weg uit mijn omgeving. Het contact met haar was altijd productief en aangenaam, net zoals zij dus”.

Kan zij nog meer een spreekbuis voor Bruninx zijn en zo ja, hoe dan?

“Van iedereen in de beroepsvereniging en erbuiten is zij een van de grootste supporters en vertegenwoordigers van de zelfstandige opticien en optometrist. Ze doet dus eigenlijk al heel veel! Indien nog meer collega’s lid zouden worden, zou zij én de beroepsvereniging in het bijzonder, meer slag- kracht krijgen. Daarom: help hen en help daardoor jezelf, want zoals Viviane De Vries altijd zegt: De APOOB doet veel voor jou, maar wát doe jij voor de APOOB?”